Meten van de leerprestatie

Ter aanvulling op het experiment onderzoeken we de leerprestaties bij VR ten opzichte van reguliere video. De studenten worden voor dit onderzoek verdeeld in twee groepen. De ene groep krijgt de 360 graden versie van een video te zien met een VR- bril, de andere groep bekijkt een reguliere versie van de video op het scherm van een laptop (dit is een uitsnede uit de 360 graden versie).

Na het bekijken van de video vullen de studenten een vragenlijst in met een aantal algemene persoonsgegevens en een survey die presence meet: de mate waarin zij zich fysiek en mentaal aanwezig voelden in de situatie die ze hebben gezien. Hiervoor is een Nederlandse vertaling gemaakt van de MEC Spatial Presence Questionnaire (Vorderer et al., 2004). Daarnaast wordt het leerresultaat gemeten met een zelfevaluatie-vragenlijst en een korte schriftelijke opdracht waarin het leerdoel wordt getoetst.

We oriënteren ons nog op de mogelijkheid om ook de retentie van de leerervaring te meten. De verwachting is namelijk dat de leereffecten deels indirect kunnen zijn en/of op langere termijn pas zichtbaar worden. Een vragenlijst achteraf zou zich bijvoorbeeld kunnen richten op de ervaring van studenten, of ze deze al in de praktijk konden toepassen en in welke mate zij zich voorbereid voelen op het uitvoeren van een taak in de beroepspraktijk.

Daarnaast gaan we de didactische inzet van VR in het onderwijs onderzoeken en evalueren. Dit onderzoek zal plaatsvinden nadat alle leersituaties zijn opgenomen en geïmplementeerd in het onderwijs. Op dat moment zal een studiedag voor docenten georganiseerd worden waarop zij het opgenomen VR materiaal kunnen bekijken in combinatie met het ervaren van verschillende werkvormen. Naar aanleiding van de ervaringen wordt geëvalueerd in hoeverre de didactische toepassingen werkzaam en effectief zijn en zal worden gebrainstormd over nieuwe mogelijkheden.

Het doel van deze studiedag is om te komen tot praktische handreikingen voor docenten die willen gaan werken met VR in hun onderwijs. Is het bijvoorbeeld belangrijk om met een groep studenten gelijktijdig een 360 graden video te bekijken en direct daarna de ervaring na te bespreken, of kunnen studenten de opname net zo goed al eerder op eigen gelegenheid bekijken en kan de tijd in de werkgroep dan maximaal benut worden voor nabespreking? Is het storend als de video bij het bekijken met meerdere studenten tegelijk niet voor iedereen gelijktijdig start? Hoe kan de docent het beste aanwijzingen geven tijdens het afspelen van de video, of moet dat altijd voor- of achteraf?

Door de analyse van zowel de leerprestaties als de toegepaste werkvormen hopen we inzicht te krijgen in het leereffect van 360 graden video. Resulteert het inzetten van de ‘ultimate empathy machine’ in onderwijs tot een ander leerresultaat dan het inzetten van gewone video?